De Slag bij Overloon
26 september tot 16 oktober 1944Meer dan vier jaar lang was de Tweede Wereldoorlog min of meer aan het Oost-Brabantse dorpje Overloon voorbijgegaan. Natuurlijk hadden de bewoners wel Duitse militairen in hun straten gezien, maar van oorlogsgeweld was geen sprake.
Maar op 26 september 1944 bereikte het front dit Peeldorp. De smalle strook land die tijdens de operatie Market Garden tussen Eindhoven en Arnhem was bevrijd, werd langzaam maar zeker verbreed. Die opmars verliep voorspoedig tot aan Overloon. Daar hadden de Duitsers zich ingegraven om de geallieerden een halt toe te roepen. De eerste vier dagen bestookten de tegenstanders elkaars stellingen.
Op 30 september zetten de geallieerden de aanval in met de speciaal daarvoor aangerukte 7de Amerikaanse Pantser Divisie. Dat was het begin van een van de felste veldslagen die in West-Europa plaatsvonden. Negen dagen lang probeerden de Amerikaanse Shermantanks een bres te slaan in de Duitse stellingen, maar ze werden keer op keer gestuit door de Duitse mijnen, veldartillerie en Panther- en Tigertanks. Op 8 oktober trokken de uitgeputte Amerikanen zich terug van het slagveld, om te worden afgelost door de 11de Britse Pantser Divisie en de 3de Britse Infanterie Divisie onder bevel van generaal-majoor L.C. Whistler.
Na een paar dagen van betrekkelijke rust zou op 11 oktober een nieuwe aanval worden ingezet. Door hevige regenval werd die aanval een dag uitgesteld. De omgeving van Overloon was inmiddels veranderd in één grote modderpoel, zodat de Britse tanks maar weinig konden uitrichten. De infanterie kreeg de zware taak het Duitse verzet te breken.
Op 12 oktober om 11.00 uur brak de hel los. Anderhalf uur lang bestookten de geallieerden de Duitse stellingen met zware artillerie en luchtaanvallen. Ruim 100.000 granaten vlogen de Duitsers om de oren. Toen Overloon volledig in puin lag, begon de opmars van de Britten. Huis voor huis werd veroverd, ten koste van enorme verliezen. En ook in de bossen vonden felle man tegen man gevechten plaats.
De Britse opmars door de bossen was ontzettend gevaarlijk. Duitse sluipschutters hadden zich aan de bomen vastgebonden om bij een eventuele verwonding zo lang mogelijk door te kunnen vechten. Van overgave was geen sprake. Als hun munitie op was, vielen de Duitsers hun tegenstanders met de bajonet aan.
Op 14 oktober om vier uur in de middag viel het laatste Duitse bolwerk in het dorp Overloon. De twintig SS’ers die zich in de kerk verschansten, werden overmeesterd. In totaal moesten honderden Duitsers zich overgeven.
Maar het Duitse verzet was nog niet gebroken. In de bossen tussen Overloon en Venray hergroepeerden de Duitsers zich. De Britten boekten - onder barre weersomstandigheden - maar heel langzaam terreinwinst. Het grootste drama volgde bij de Molenbeek. Het hele gebied rond de beek lag bezaaid met mijnen. Zelfs in het water waren mijnen geplaatst! Door de hevige regenval was de beek 6 meter breed geworden. De Duitsers wisten lang te voorkomen dat er een brug geslagen werd, maar uiteindelijk lukte dat toch. De tanks die eroverheen reden, kwamen direct daarna in de modder vast te zitten. Onder een moordend mitrailleurvuur probeerden de Britten over de brug en door het water de overkant te bereiken. De beek kleurde rood van hun bloed en kreeg daarom de bijnaam ‘Bloedbeek’. Maar tegen de avond van 16 oktober lukte het om massaal over te steken. Drie dagen later werd Venray - opnieuw na zware huis-aan-huisgevechten - veroverd. Daarmee was de grote veldslag afgelopen.
Wat achterbleef was een totaal verwoest Overloon.
Zoveel verbeten tegenstand hadden de geallieerden sinds de Normandische stranden in juni niet meer meegemaakt. Ze hadden drie vliegtuigen, zo’n veertig tanks en 1878 manschappen verloren. De Duitsers raakten ongeveer 600 man en een aantal tanks kwijt.
Harry van Daal, inwoner van Overloon, was zo geschokt door de gebeurtenissen dat hij voorstelde om een deel van het slagveld intact te houden en in te richten als een museum. Op 25 mei 1946 verrichtte generaal Whistler, bevelhebber van de Britse troepen die Overloon veroverden, de officiële opening van het museum.
De 15 hectare grond van het museumpark, behoort tot de grootste slagvelden van de Tweede Wereldoorlog. Het is een blijvende herinnering aan en een aanklacht tegen de verschrikkingen van de oorlog.